Wanneer een vennootschap failliet gaat of (gedwongen) in vereffening wordt gesteld, gebeurt het regelmatig dat de curator of vereffenaar bepaalde actiemogelijkheden ziet ten aanzien van een aandeelhouder of bestuurder van die vennootschap.
Vaak komt het voor dat in de boekhouding van de vennootschap een verhouding in rekening-courant verschijnt met betrekking tot, meestal, een bestuurder van de vennootschap.
Bewijskrachtige boekhouding en rekening-courant
In de mate de boekhouding wordt gevoerd en de jaarrekening wordt opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de bestuurders en met goedkeuring door de aandeelhouders van de vennootschap, zijn ze dan ook tegenstelbaar aan die aandeelhouders en bestuurders (Hof Luik, 5 oktober 2001, R.D.C., 2002/8, p. 630).

Een ander verhaal kan het dus wel zijn, in de mate iemand in de boekhouding wordt vermeld als zijnde schuldenaar in rekening-courant zonder dat zelf te weten, of wanneer de rekening-courant niet persoonsgebonden is en, bijvoorbeeld, geen naam vermeldt maar enkel “R/C bestuurders” en er meerdere bestuurders zijn. In de mate de onderliggende boekingen in rekening-courant dan ook geen soelaas bieden of minstens niet bij de aangesproken vermeende debiteur bekend zijn, zal de discussie omtrent de aanvaarding of erkenning van die schuld uiteraard eerst moeten worden gevoerd.
Als de bewijskracht van de boekhouding echter vaststaat ten aanzien van een bepaalde bestuurder en het een schuld in rekening-courant betreft, moet die bestuurder die schuld aan de vennootschap voldoen, op eerste verzoek van de vennootschap, nadien van haar curator.
Deze vordering zal immers, bij betaling, een extra actief van de faling uitmaken waarmee schuldeisers kunnen worden voldaan.
Enkel het bedrag van de vennootschapsschulden compenseren of meer?
In de praktijk komt het daarbij vaak voor dat de schuldenaar van die rekening-courant als argument opwerpt dat hij onmogelijk tot een grotere terugbetaling kan worden gehouden dan het totale passief van de faling.
Immers, de curator treedt maar op in het belang van de gezamenlijke schuldeisers van de gefailleerde en tot voldoening van die schulden en niets meer.

Waarom dus, bijvoorbeeld, iemand veroordelen tot het terugbetalen van een rekening-courant van vijfhonderdduizend euro, wanneer het totaal passief van de faling maar honderdduizend euro bedraagt?
Een verdeelde rechtspraktijk
Rechtsleer en rechtspraak is, zeker in eerste aanleg en afhankelijk van het arrondissement, verdeeld op dit punt.
Sommigen volgen de eerder pragmatische en logische benadering.
Anderen stellen dat het bedrag van het werkelijk passief van geen belang is aangezien de curator als wettelijke opdracht heeft om alle vorderingen van de vennootschap te innen (artikel XX.144, alinea 1 Wetboek Economisch Recht), ongeacht het werkelijk bedrag van het passief.
Een duidelijke beslissing van het Hof van Beroep te Brussel
Aan de discussie werd begin dit jaar, althans voor het rechtsgebied Brussel, een einde gesteld met een arrest van 8 januari 2026 van het (Franstalige) Hof van Beroep te Brussel (kamer 9F, AR 2023/AR1312).

Het Hof volgt de laatste stelling en herhaalt eerst de principes die ook hierboven al werden uiteengezet. Het arrest voegt er aan toe dat indien er na betaling van alle schulden een batig saldo zou zijn, dit hoe dan ook toekomt aan de aandeelhouders van de gefailleerde vennootschap (artikel XX.170, 5de alinea Wetboek Economisch Recht).
We zouden er ook nog kunnen aan toevoegen dat de schuldenaar van de rekening-courant (bijvoorbeeld een bestuurder) inderdaad niet noodzakelijk ook de aandeelhouder of de enige aandeelhouder van de gefailleerde vennootschap is, zodat de uitbetaling van een batig saldo na vereffening inderdaad ten goede zou kunnen komen aan andere partijen dan die bestuurder zelf.
Echter, wanneer het duidelijk is (zoals in vele kleinere vennootschappen zeker het geval is) dat er een volledige collusie is tussen het aandeelhouderschap en het bestuur, kan men zich de vraag stellen of het standpunt van het Hof wel zo strikt moet worden gevolgd.
Kom tijdig raad vragen en vermijd soms echte drama’s
Rekeningen-courant en niet-volstorte inbrengen zijn zeer vaak voorkomende situaties waarmee vennootschappen te maken hebben. Vaak worden ze tijdens het leven van de vennootschap over het hoofd gezien en dus ook bij het einde daarvan.
Niettemin kan een onzorgvuldig omgaan met dergelijke boekhoudkundige verwerkingen, catastrofale gevolgen hebben ingeval van discontinuïteit.
.png)
Vanbelle Law Boutique helpt u graag met deskundig advies. Kom op tijd langs, want zodra de vennootschap stopt, is het vaak te laat.



